Planthandleiding

Niet direct uitpakken!

Voorheen stond hier ‘direct uitpakken’, maar toen verpakten we onze sneeuwklokjes en dergelijke nog niet in zip-zakjes. Bij onze nieuwe manier van verpakken kunnen de plantjes niet uitdrogen, zolang het zakje gesloten blijft. Bewaar de zakjes bij voorkeur rechtop op een koele, lichte plaats. Licht is belangrijk. De plantjes blijven dan gewoon functioneren alsof ze in de grond staan.


Kies de standplaats
Een voordeel van het planten van sneeuwklokjes kort na de bloeiperiode is dat u in die periode nog goed kunt zien waar ze het beste tot hun recht komen. Als later in het jaar de vaste planten zijn opgeschoten en de heesters en struiken weer blad dragen, is het soms moeilijk om je voor te stellen waar de sneeuwklokjes in het vroege voorjaar goed in ít zicht staan.
Het gewone sneeuwkokje (Galanthus nivalis) doet het goed op plaatsen waar in het voorjaar volop zonlicht valt, maar waar de bodem ís zomers beschaduwd wordt door de bladeren van bomen, stuiken of vaste planten. Verder houden sneeuwklokjes erg van een ongestoorde bodem. Vermoedelijk speelt het samenwerkingsverband (mycorrhiza) dat ze aangaan met bodemschimmels hier een belangrijke rol. Zeker als u hoopt dat de sneeuwklokjes in uw tuin zullen verwilderen is het belangrijk om ze ergens neer te zetten waar zo weinig mogelijk in de grond wordt gerommeld.
Voor Galanthus elwesii kunt u een warmere standplaats kiezen. Wij hebben de ervaring dat deze soort het juist goed doet op een plek die ís zomers vol in de zon ligt, bijvoorbeeld langs een muur op het zuiden of aan de zuidrand van een bosje.
Sneeuwklokjes kunnen het in het gras goed doen, vooral als dit niet al te dik staat. Dat is vaak het geval op beschaduwde plaatsen. Verder moet het loof van de sneeuwklokjes niet afgemaaid worden tot het in mei of juni afsterft. Dit betekent in de praktijd soms dat er om de pollen heen gemaaid moet worden. Kortom: een magere bloemenwei die alleen in juni een keer gehooid wordt is een geschiktere standplaats dan een zonnig gazon.

Het planten
Maak voor het planten een gat in de grond van ongeveer 5 cm diep en leg het sneeuwklokje met de worteltjes tegen de bodem van het gat. Grond onder de worteltjes niet losmaken! Dit voorkomt uitdroging doordat de capillaire werking in de grond in stand blijft. Mogelijk speelt ook een rol dat in de grond aanwezige schimmelnetwerken zo gemakkelijk contact kunnen maken met de worteltjes en zo de plantjes van water en voeding kunnen voorzien. Wij staan er soms versteld van hoe snel sneeuwklokjes die we met maar weinig wortels verplanten er al weer fris en vrolijk bij staan.
Of u de sneeuwklokjes alleen of in kleine groepjes plant is een kwestie van smaak, maar u kunt er wel vanuit gaan dat waar u nu een enkel bolletje plant, er over een paar jaar 3 of 5 zullen staan, en dat die zich steeds sneller uitbreiden.

Nazorg
De eerste jaren niets aan doen en genieten. Na verloop van tijd kunt u eens zien of u bepaalde pollen na de bloei weer oprooit en verder uitplant. Als er op een bepaalde plaats een aaneengesloten dek van sneeuwklokjesblad ontstaat kan het zijn dat de sneeuwklokjessmeul (Botrytis galanthina) toeslaat. Dit is een grijze schimmel die in eerste instantie het blad aantast, waardoor het blad als het ware weg smeult. Terwijl het blad verdwijnt vormt de schimmel sporen die met regenwater langs de bladstelen naar beneden de grond in lopen en zich op de bol vestigen. Als tijdens het volgende voorjaar de sneeuwklokjes weer opkomen zullen sommige scheuten zijn aangetast. Die zullen dan wegrotten, net als de bolletjes die er onder zitten. De schimmel kan zo een ware ravage aanrichten in een veld sneeuwklokjes. Maar wees gerust, ze verdwijnen nooit allemaal. In een verwilderd bestand kun je het eigenlijk als een natuurlijk proces beschouwen, waardoor af en toe weer eens ruimte wordt geschapen voor nieuwe ontwikkelingen. Mocht u veel ruimte hebben waar u ook sneeuwklokjes wilt laten groeien, dan kunt u het proces beter voor zijn door dichte bestanden op te rooien en ergens anders weer uit te planten.